Klussen met taal

Deze week krijgt de kamer van mijn dochter een make-over. Tussen de kwasten en rollers in de bouwmarkt bedacht ik hoe geschikt dit thema is om aan taal te werken met mijn leerlingen op school. Afhankelijk van het taaldoel zijn er tal van werkvormen te bedenken:

  • Voor Bianca (6 jaar) met een kleine woordenschat: de verfroller, de schilderstape, afdekken, mengen, dekkend of transparant, mat of glans, stofvrij… Dit is pas een kleine selectie van de woorden die aan dit thema gekoppeld kunnen worden. Kan Bianca raden wat ik uitbeeld?
  • Voor Chris (8 jaar) die elke /ng/ als /n/ uitspreekt: we gaan allerlei behangpatronen ontwerpen op post-its. Behang met stippen, behang met vliegtuigjes. Daarna hangen we het ‘behang’ op de muur in de gang. Uiteraard benoemen we alles wat we doen, met extra aandacht voor de /ng/.
  • Voor Dirk (10 jaar), die vaak verzandt in details als hij iets vertelt: we maken een video van drie minuten waarin hij zijn eigen kamer presenteert aan de hand van foto’s. Om binnen de tijd te blijven, bespreken we vooraf welke zaken hij belangrijk vindt om te vertellen. Misschien betekent dat wel dat sommige foto’s toch niet getoond worden in de video, er moeten keuzes gemaakt worden.
  • Voor het groepje leerlingen in groep 6 dat moet oefenen met overleggen: bedenk samen een plan hoe we de logopediekamer kunnen opknappen, en bedenk wat we daar allemaal voor nodig hebben. Vooraf bespreken we de vaardigheid die vandaag centraal staat, namelijk de gespreksregel ‘iedereen komt evenveel aan het woord’. Leuk materiaal om hierbij te gebruiken is Praattoppers.
  • Voor Elise (9 jaar), die moeite heeft om af te stemmen op de gesprekspartner: Ik print een kleurplaat van een kinderslaapkamer twee keer uit, bijvoorbeeld deze. We hebben elk een kleurplaat en een doos kleurpotloden voor ons. Tussen ons in staat een scherm, zodat we elkaars kleurplaat niet kunnen zien. Om de beurt kiezen we iets om in te kleuren en vertellen dat aan de ander. Ik doe daarbij voor hoe je door het stellen van vragen kunt controleren of je elkaar goed begrepen hebt. Aan het eind vergelijken we de kleurplaten, zijn ze hetzelfde geworden?
  • Voor Ferdinand, die ik help met begrijpend lezen: Ik haal een werkbeschrijving van internet over het verven van een muur. Die ziet er best saai uit. Daarom maken we bij elke stap een tekening. Natuurlijk moeten we dan wel goed weten wat er in die stap beschreven wordt. Dus stap voor stap lezen we de beschrijving, bespreken we of alles duidelijk is en achterhalen we de betekenis van moeilijke woorden. Daarna vertelt Ferdinand in eigen woorden wat je moet doen, terwijl hij er een tekening bij maakt.
  • Voor het groepje leerlingen in groep 8 die kennis maken met de eerste beginselen van het debatteren: Onlangs was er in het jeugdjournaal een item over een huis dat overgeschilderd moest worden omdat de kleur groen te fel is. Dit filmpje bekijken we samen, en daarna verzamelen we argumenten vóór en tegen de stelling ‘Een huis mag best knalgroen zijn’. Daarna verdeel ik het groepje in voorstanders en tegenstanders die met elkaar in gesprek gaan hierover. De opdracht daarbij is om steeds een argument te geven bij je mening.

Er is nog meer te bedenken rond hetzelfde thema, maar het is vakantie dus voorlopig kunnen de plannen in de ijskast. Misschien dat ik mijn eigen dochter nog een taalles kan geven, als ze foto’s van haar gepimpte kamer op Instagram zet. Ik weet alleen niet zeker of ze blij zal zijn met een tip over hoofdletters, punten en komma’s.

Om herkenbaarheid te voorkomen zijn namen en details aangepast.

Dit bericht is eerder geplaatst op LinkedIn, 10-08-2020