Leroy (11) kijkt verveeld naar het papier voor zijn neus. Het is een tekst uit de methode Nieuwsbegrip. Hij heeft de tekst in de klas al een keer gelezen maar begrijpt er niet veel van. Hij heeft een taalontwikkelingsstoornis en een beperkte woordenschat, dat zorgt ervoor dat begrijpend lezen erg lastig voor hem is. Bovendien is hij liever buiten. Maar tot de pauze zit hij helaas binnen, bij mij, om individuele ondersteuning te krijgen voor begrijpend lezen.
De tekst gaat over een wolf die gezien is op de Veluwe. Er zitten veel woorden in die Leroy niet kent. Maar hij is in de vakantie weleens op de Veluwe geweest. Dat daar een wolf rondloopt vindt hij maar een eng idee, want ‘die zijn toch hartstikke gevaarlijk?’
Ik schuif de tekst opzij. Om een tekst te kunnen begrijpen is meer nodig dan alleen het kunnen lezen van die tekst. Kennis van de wereld en de daaraan gekoppelde taalbasis zijn essentieel. We delen onze kennis over wolven met elkaar en ik teken mee op het whiteboard. Zo ontstaat er op het bord een visuele weergave van de informatie uit de tekst. Al pratend en tekenend komen een aantal lastige woorden langs die ook in de tekst voorkomen, deze leg ik uit en schrijf ik erbij. Toch blijft die ene vraag onbeantwoord: hoe gevaarlijk zijn wolven nu eigenlijk?
We lezen de tekst samen door met deze vraag in ons achterhoofd. Leroy begrijpt de tekst een stuk beter nu we eerst mondeling over het onderwerp hebben gesproken, maar op onze vraag vinden we geen duidelijk antwoord. Er staat alleen dat we niet bang hoeven te zijn voor wolven omdat zij bang zijn voor mensen. Dit overtuigt Leroy niet, want stel je voor dat hij tijdens de volgende vakantie tóch een wolf tegenkomt? Wat dan? Van verveling is niets meer te zien, Leroy is gegrepen door het onderwerp. In zijn beleving zijn we helemaal niet meer bezig met ‘begrijpend lezen’, maar met een interessant vraagstuk.
De motivatie van Leroy om het antwoord op zijn vraag te vinden, gebruik ik om een nieuwe tekst aan te bieden. De tekst komt van een website over wolven. Anders dan de tekst van Nieuwsbegrip, is deze tekst niet specifiek voor kinderen geschreven. Er zitten veel meer moeilijke woorden in. Leroy is zó gemotiveerd om zijn vraag beantwoord te krijgen, dat hij zich door de tekst heen worstelt. Hij stelt vragen over woorden die hij niet begrijpt. Ik begeleid, leg uit, denk mee. Leroy begrijpt niet alles, maar is nu wel gerustgesteld voor zijn volgende vakantie. Zijn persoonlijke leesdoel is bereikt. Daarnaast is zijn kennis van de wereld groter geworden net als zijn woordenschat, en hij heeft geoefend met actief denken over een tekst en het op zinvolle manier toepassen van leesstrategieën*. Hij loopt tevreden terug naar de klas. Tijd voor een welverdiende buitenpauze!
* Taalzwakke leerlingen profiteren niet van het expliciet aanleren van leesstrategieën, omdat deze het werkgeheugen teveel belasten. Het op natuurlijke en motiverende wijze toepassen van de strategieën tijdens gesprekken over de tekstinhoud is wél effectief. (Van Koeven & Smits, 2020).
Deze situatie is al van een aantal jaren geleden, maar weer actueel nu er onlangs ook in deze regio een wolf is gesignaleerd. Om herkenbaarheid te voorkomen zijn namen en details aangepast.
Dit bericht verscheen eerder op LinkedIn, 21-12-21
Bronnen
Van Koeven, E., & Smits, A. (2020). Rijke taal: Taaldidactiek voor het basisonderwijs. Amsterdam: Boom.
