Wat is formatief evalueren en hoe kun je dat inzetten in het taalonderwijs? Tot een aantal maanden geleden dacht ik dat formatief evalueren zoiets was als een toets waarvan het cijfer niet meetelt. Toen ik me voor mijn studie onderwijswetenschappen ging verdiepen in het thema, kwam ik erachter dat formatieve evaluatie veel meer omvat. Zo raakte ik geïnteresseerd in de mogelijkheden voor het taalonderwijs. Ik heb me dan ook direct aangemeld toen ik las dat het Landelijk Netwerk Taal hierover een netwerkbijeenkomst organiseerde. Vanwege de coronamaatregelen vond de bijeenkomst online plaats en werd deze over twee dagen verdeeld. Op 24 september 2020 vond het eerste deel plaats. Gerdineke van Silfhout verzorgde een inleiding over formatief evalueren. Daarna kon er gekozen worden uit drie verschillende sprekers: Kelly Beekman ging in op zelfgestuurd leren door de inzet van formatief evalueren, Anne-Christien Tammes sprak over het formatief maken van de taalles, en Bianca Lammers vertelde over formatief evalueren bij begrijpend lezen. Ik koos voor de laatstgenoemde, omdat ik aan een aantal leerlingen individuele ondersteuning geef voor begrijpend lezen. Mijn doel was het opdoen van nieuwe ideeën en werkvormen voor deze begeleiding.
Formatief evalueren: werken aan groei – Gerdineke van Silfhout
Gerdineke van Silfhout is leerplanontwikkelaar Nederlands bij SLO en een van de auteurs van de publicatie ‘Formatief evalueren in het primair onderwijs: Werken aan groei’ 1. Ze vertelt dat het bij formatieve evaluatie gaat om drie vragen: 1. Waar werkt de leerling naartoe? 2. Waar is de leerling nu? En 3. Hoe komt de leerling naar de gewenste situatie? Om te weten waar de leerling naartoe werkt (vraag 1), is het niet voldoende om een leerdoel op het bord te schrijven. Veel belangrijker is het om met de leerlingen in gesprek te gaan over de succescriteria, zodat ze weten wanneer het leerdoel bereikt is. Dat kan door de leerlingen de opdracht te geven om een aantal voorbeelden te beoordelen op kwaliteit. Waarom is het ene voorbeeld beter dan het andere? Van Silfhout geeft als voorbeeld het vergelijken van tekeningen van een duiker. Leerlingen komen in gesprek met elkaar tot de conclusie dat de duiker in ieder geval ogen, een mond, een neus, een duikbril en een snorkel moet hebben, en dat er water omheen gekleurd moet zijn. Door dit gesprek gaan de leerlingen nadenken over kwaliteit.
Om te weten waar de leerling nu staat (vraag 2) geeft Van Silfhout verschillende mogelijke werkvormen. Je kunt vragen stellen aan de leerlingen, waarbij antwoorden op open vragen meer informatie geven over het begrip dan antwoorden op gesloten vragen. Door wisbordjes te gebruiken waar de leerlingen hun antwoord opschrijven en die ze vervolgens omhoog houden, kunnen alle leerlingen meedoen. Een ander idee is om leerlingen zelf vragen te laten verzinnen bij een tekst, of een grafische weergave te laten maken bij een verhaal. Bij het kiezen van een werkvorm is het belangrijk om na te gaan of het informatie oplevert die bijdraagt aan het leerdoel, en om te bedenken wat je met de verzamelde informatie gaat doen. Alle leerlingen moeten actief mee kunnen doen, en er moet voldoende denktijd en gelegenheid tot interactie geboden worden.
Na het verzamelen van informatie over het niveau van de leerlingen is het tijd voor vraag 3: hoe komt de leerling naar de gewenste situatie? Op dit punt gaat het om het geven van feedback. De feedback kan gegeven worden door de leerkracht, maar ook door leerlingen aan elkaar. Ze moeten dan wel leren hoe ze dat kunnen doen. Binnen dezelfde les moet er tijd zijn voor het geven van feedback én voor vervolgacties om de feedback te verwerken. Een mogelijke werkvorm is leerlingen in groepjes laten uitzoeken welke feedback (door de leerkracht opgesteld) bij welke tekst hoort. Deze vorm zorgt ervoor dat leerlingen actief over de feedback gaan nadenken.
Van Silfhout gaf een helder overzicht van de stappen die nodig zijn voor formatief evalueren. De 3 kernvragen komen overeen met het model van feedback zoals beschreven door Hattie en Timperley, (2007), namelijk feed up, feed back en feed forward. Zij tonen aan dat het geven van feedback heel effectief is. Wat ik voor mijn eigen praktijk vooral interessant vond, is het met elkaar in gesprek gaan over succescriteria. Ik noem vaak het leerdoel zonder de leerling actief na te laten denken over de vraag wanneer het doel bereikt is. Dat is dus precies de valkuil die Van Silfhout beschreef, en iets waar ik in het vervolg op wil letten.
Formatief evalueren bij begrijpend lezen – Bianca Lammers
Bianca Lammers is expert taal en leesonderwijs bij Onderwijsadviseurs. Zij richtte zich met haar presentatie op formatief evalueren bij begrijpend lezen. Helaas viel een gedeelte van haar verhaal weg vanwege technische problemen bij de organisatie. Lammers benadrukt dat het gaat om een goede voorbereiding. Voordat je een werkvorm kiest bepaal je wat je de leerlingen wilt leren. Het leesdoel kan talig, strategisch of gericht op kennis zijn. Dit verduidelijkt ze met een tekst over een egel, van Bibi Duman Tak. Een kennisdoel bij deze tekst is weten hoe een egel de tuin verkent. Een talig doel kan gaan over het woordgebruik van de schrijfster, waarom gebruikt ze bijvoorbeeld het woord ‘dubbelonaaibaar’? Een strategisch doel zou het maken van een visualisatie bij de tekst kunnen zijn. Volgens Lammers is het heel belangrijk om te schrijven tijdens het lezen, of praten tijdens het lezen voor leerlingen die nog niet kunnen schrijven. Daardoor vertraagt de lezer namelijk en neemt het begrip toe. Bovendien zorgt het schrijven ervoor dat de leerkracht ziet welke misconcepties er eventueel zijn, en kan hij of zij ingrijpen.
Lammers geeft zoveel werkvormen voor formatief evalueren die bruikbaar zijn bij het lezen, dat ik ze hier niet allemaal kan herhalen. Een aantal werkvormen zijn heel geschikt voor mijn praktijksituatie, waarin ik meestal individueel met leerlingen werk. Het maken van een woordweb bij een tekst en discussiëren over de tekstinhoud deed ik al regelmatig, maar er kwamen ook veel werkvormen langs waar ik nog niet aan had gedacht. Het vergelijken van informatie uit verschillende teksten, het door de leerling laten bedenken van vragen bij de tekst of het maken van een PowerPointpresentatie bijvoorbeeld. Daar ga ik de komende weken zeker mee experimenteren!
Conclusie
Ondanks de technische problemen was het een zeer leerzame netwerkbijeenkomst, met inspirerende sprekers. Er werd in vogelvlucht informatie gegeven over formatief evalueren, en er werden veel praktische tips gedeeld die ik direct kan toepassen in de praktijk. De door de omstandigheden gedwongen wijziging van een fysieke bijeenkomst naar online maakte interactie lastiger, maar daar stond tegenover dat ik geen reistijd had. Wat mij betreft was dit een goed alternatief. Ik ben benieuwd naar deel 2 van deze netwerkdag, over het volgen van de taalontwikkeling in mondelinge taalvaardigheid en schrijven. Deze online bijeenkomst is gepland op 6 oktober 2020.
Dit bericht verscheen eerder op LinkedIn, 24-09-20
Bronnen:
1. Noteboom A, Silfhout van G, Tammes A-C. Formatief Evalueren in Het Primair Onderwijs: Werken Aan Groei. Vol December. Enschede; 2019. https://slo.nl/@15748/formatief-evalueren-primair-onderwijs/.
2. Hattie J, Timperley H. The Power of Feedback. Rev Educ Res. 2007;77(1):81-112. doi:10.3102/003465430298487
