‘Ik kies voor de telefoon, want dan kan ik spelletjes spelen tot de stroomstoring voorbij is.’
Zaakvakken zijn heel geschikt om – naast de inhoudsdoelen – aan taaldoelen te werken. Een denkgesprek in een klein groepje werkt daarvoor erg goed. De onderstaande activiteit heb ik uitgevoerd met groepjes van steeds drie leerlingen uit groep vijf en zes, bij het thema Energie. De voorbereiding was minimaal en de leerlingen vonden het erg leuk. Daarom deel ik het graag, ter inspiratie.
Benodigdheden:
- Zaklamp, zonder batterij
- Batterijen voor de zaklamp
- Solarlamp
- Opwindbare zaklamp (of knijpkat)
- Kaars
- Mobiele telefoon (heeft een zaklampfunctie)
- Oplaadkabel
Dit zijn materialen die ik binnen enkele minuten thuis kon verzamelen. In plaats hiervan kunnen er ook andere spullen gebruikt worden binnen het thema elektriciteit. Bij de start van de activiteit liggen alle voorwerpen in het midden op tafel.
Denkgesprek
De activiteit bestaat vervolgens uit slechts drie vragen of opdrachten. Elke vraag geeft aanleiding om een aspect van mondelinge taalvaardigheid te oefenen. Het zijn vooral de leerlingen die aan het woord zijn, mijn taak is het geven van tips (gericht op de taaldoelen) en het uitbreiden van de taal door het aanbieden van nieuwe woorden.
Vraag 1: Kies een voorwerp van de tafel. Vertel wat het is, hoe het eruit ziet en wat je ermee kunt doen.
Taaldoel: beschrijven, woordenschat uitbreiden.
Toelichting: Door het stellen van vragen daag ik de leerlingen uit om nauwkeurig te formuleren. Binnen het gesprek dat volgt, voeg ik nieuwe woorden toe zoals batterij, schakelaar, stekker, snoer, accu, opladen, dynamo, spierkracht, zonnepaneel. Er is ruimte om de materialen uit te proberen en te kijken welk voorwerp het meeste licht geeft.
Vraag 2: Verdeel de materialen in 2 of 3 groepjes. Jullie mogen zelf weten op welke manier je groepjes maakt, maar jullie moeten het er wel alle drie over eens zijn.
Taaldoel: brainstormen, onderhandelen, uitwisselen.
Toelichting: Bij deze opdracht ontstaan prachtige gesprekken, waarbij de leerlingen benoemen welke kenmerken hetzelfde of juist verschillend zijn. Als ik merk dat er een groot verschil in inbreng is, herinner ik de leerlingen eraan dat ze alle drie tevreden moeten zijn over de indeling. Het is prachtig om te horen hoe de kinderen meteen de woorden gebruiken die ze bij de eerste vraag hebben geleerd!
Vraag 3: Stel dat de stroom ineens uitvalt. Welk voorwerp zou jij dan het liefste hebben, en waarom?
Taaldoel: mening onderbouwen met argumenten, discussiëren.
Toelichting: De leerlingen maken verschillende keuzes. Voor elk van de keuzes is iets te zeggen, afhankelijk van wat de leerling belangrijk vindt: het felste licht, onafhankelijk zijn van stroom, of dat je de energiemaatschappij kunt bellen. Mijn taak is hier vooral scaffolding: hoe onderbouw je je mening in een goede zin? Daarnaast stimuleer ik de leerlingen om naar elkaar te luisteren en te reageren op de argumenten van de ander. En dan kan het zomaar zijn dat een leerling reageert met: ‘Dat is helemaal niet handig, want als je telefoon leeg is heb je er niets meer aan. Ik kies liever voor een knijpkat, dan kan ik lezen!’.

2 reacties op “Taalstroom”
Fantastisch, Rianne!
Je bent hier een kei in. Veel werkplezier en succes met de doelgroep waarmee je bezig bent.
Dankjewel!