In 2005 won ik samen met enkele medestudenten de LEF-prijs, een prijs voor het beste multidisciplinaire afstudeerproject. LEF stond voor logopedie, ergotherapie en fysiotherapie en in ons project kwamen deze paramedische disciplines samen. LEF staat ook voor durf, en dat was nodig voor het verzilveren van de prijs. We mochten namelijk abseilen van de Euromast.
Op het moment dat ik met een knoop in mijn maag over de rand klom bonsde mijn hart in mijn keel, maar ik vertrouwde op de instructeur. De afdaling zelf verliep niet helemaal vlekkeloos. Mijn (toen nog lange) haren kwamen vast te zitten in de touwen en ik had hulp nodig om verder te kunnen. Eenmaal beneden was ik opgelucht, en stiekem ook best trots dat ik het had gedaan.

Nu, ruim twintig jaar later, sta ik opnieuw op het punt om ‘over de balustrade te klimmen’. Ook deze keer heeft dat te maken met de samenwerking tussen verschillende disciplines. Ik start binnenkort met een promotietraject waarin ik onderzoek ga doen naar de samenwerking tussen vrijgevestigde logopedisten en professionals in het onderwijs en de kinderopvang. Spannend, leuk en ook deze keer zal ik hulp nodig hebben onderweg. Maar met de begeleiding van mijn (co)promotoren ga ik dit avontuur met vertrouwen tegemoet.
De keuze voor dit onderwerp is niet toevallig. Tijdens mijn werk als logopedist in het speciaal (basis)onderwijs heb ik ervaren hoeveel verschil goede samenwerking kan maken. Als logopedist ben je nooit de enige die een kind begeleidt. Leerkrachten, pedagogisch medewerkers, ouders en andere professionals hebben allemaal hun eigen kennis, ervaringen en mogelijkheden. Wanneer die kennis samenkomt, bereik je vaak meer dan wanneer iedereen afzonderlijk aan hetzelfde doel werkt.
Tegelijkertijd heb ik ook gezien dat samenwerken niet vanzelf gaat. Een logopedist die in dienst is van een school maakt deel uit van het team. Je loopt elkaar tegen het lijf, overlegt tussendoor en leert elkaars werkwijze kennen. Voor vrijgevestigde logopedisten is dat anders. Zij begeleiden kinderen, maar zijn geen onderdeel van het schoolteam. Er is meestal geen vast overlegmoment en de samenwerking hangt af van de tijd en mogelijkheden van de betrokkenen. Bij andere onderzoeksprojecten van Lectoraat Urban Care & Education zag ik dat vergelijkbare vragen ook spelen in de kinderopvang. Blijkbaar is dit geen vraagstuk van één werkveld, maar van meerdere disciplines die allemaal aan hetzelfde doel werken: kinderen zo goed mogelijk ondersteunen in hun taalontwikkeling.
Dat gezamenlijke doel staat ook centraal in mijn promotieonderzoek. Uiteindelijk hoop ik dat de samenwerking tussen logopedisten, onderwijs en kinderopvang verder versterkt kan worden. Wanneer professionals elkaar beter weten te vinden, kennis delen en elkaars expertise benutten, kunnen zij de taalontwikkeling van kinderen beter stimuleren en krijgen kinderen met taalproblemen meer kansen.
De komende vier jaar ga ik stap voor stap aan dit onderzoek werken. Het begint met een scoping review: een uitgebreid overzicht van wat er al bekend is over samenwerking tussen deze professionals. Daarna volgt participatief onderzoek, waarin we in twee verschillende contexten samen met professionals een manier van samenwerken ontwikkelen, uitproberen en evalueren. Juist omdat het onderzoek midden in de praktijk plaatsvindt, verwacht ik dat ik onderweg ook verrassingen zal tegenkomen. Onderzoek verloopt zelden precies zoals je vooraf bedenkt.

Net als destijds op de Euromast zullen er momenten zijn waarop ik de hulp van anderen nodig heb. Dat hoort erbij. Zoals de stap over de balustrade van de Euromast het begin was van een adembenemende ervaring met mooie uitzichten, verwacht ik dat de stap naar dit promotietraject zal leiden tot een grensverleggende ervaring met nieuwe inzichten.
Via deze blog zal ik af en toe iets delen over mijn onderzoek, de inzichten die ik onderweg opdoe en de ervaringen die daarbij horen. Ik nodig je van harte uit om met mij mee te kijken tijdens dit avontuur.

Plaats een reactie